op pad

 
 

Met een grote kaart van zuidoost Nederland onder de arm zijn we in 2016 op pad gegaan om een eerste stap te zetten voor de Post Fossiele Atlas. Samen met ambtenaren van gemeenten en het waterschap zijn we in gesprek gegaan over de transitie waar ze in elke gemeente voor staan en de vraagstukken die er in dat gebied mee gepaard gaan. Tijdens het gesprek werden de belangrijkste uitkomsten meteen op de kaart getekend en verdeeld in zes categorieën: energie, landbouw, leefbaarheid, landschap, natuur en bestuur.

 
 

De tien belangrijkste uitkomsten van ‘Met de Post Fossiele Atlas op pad’ uit 2016 op een rij:

  1. Door alle maatregelen om ontwikkelingen in het buitengebied in te passen treedt vervlakking van het landschap op. Je moet een nieuwe taal spreken om het landschap nog te kunnen lezen.

  2. Landschap en water moeten ingezet worden ingezet als ordenend principe en daarmee niet gebruikt worden om ontwikkelingen tegen te houden.

  3. Het toestaan van nieuwe stedelijke ontwikkelingen in het buitengebied met kaders voor omvang is onrealistisch en onhoudbaar in de toekomst. Bedrijven en steden zullen blijven groeien.

  4. Landbouw in zijn huidige vorm zou moeten verdwijnen in de Brabantse beekdalen ten behoeve van waterveiligheid en natuur.

  5. Duurzame ontwikkeling van de veehouderij is niet hetzelfde als de trend naar een biologische landbouw. Op sommige gebieden, zoals bijvoorbeeld de uitstoot van fijnstof, is de biologische landbouw schadelijker dan de gangbare landbouw.

  6. Een omgevingsvisie aait, maar schuurt vaak niet. Een omgevingsvisie is weinig doortastend. Voor een goede ontwikkeling moet het soms schuren.

  7. ‘Landbouw’ is geen ‘landbouw’ meer, maar ‘voedselproductie’. Een probleem waar we vaak mee kampen is dat een bedrijf voor oorsprong grondgebonden is en daarom ook nog steeds die bestemming heeft met locatie in het buitengebied, maar langzaam geindustrialiseerd is en eigenlijk op een bedrijventerrein hoort. In de komende decennia zou je wensen dat deze bedrijven op een bedrijventerrein terechtkomen, maar de realiteit is dat ze dan waarschijnlijk nog steeds in het buitengebied gevestigd zijn. Bedrijven worden op een gegeven moment te groot om te verplaatsen.Slopen van stoppende agrarische bedrijven en een klein aantal bedrijven flink laten groeien op een duurzame locatie zou een goede ontwikkeling zijn voor zowel de sector en het landschap.

  8. Er vindt een verhekking in het landelijk gebied plaats. Hekwerken worden hoger en dichter (niet langer een rij palen met een draad ertussen). Ook de teeltondersteunende voorzieningen veranderen het beeld van het landelijk gebied.

  9. Mensen ervaren water als iets leuks om bijvoorbeeld naast te wandelen, maar er nog geen bereidheid zorg te dragen voor dit water. De uitdaging is: water moet weer een gezamenlijk belang worden, draagkracht, bewustwording: ‘ons water’. Investeringen in water hebben in het huidige systeem vaak geen terugverdienmodel zoals bijvoorbeeld zonnepanelen wel hebben.

  10. Kom los van gemeentegrenzen bij bepalen locaties alternatieve energie, niet elke gemeente heeft ruimte voor twee windmolens. Elk landschap kent zijn eigen draagkracht, denk daarom na op regionaal niveau (RES) en over hoe met duurzame energieproductie een verbetering van het landschap gerealiseerd kan worden.